Financieren, ontwikkelen, exploiteren en verduurzamen van vastgoed

Hypotheekrecht

Hypotheekrecht is een beperkt zekerheidsrecht dat gevestigd kan worden op registergoederen.

Hypotheekrecht is een recht dat de hypotheeknemer aan de hypotheekgever verleent bij het afsluiten van een hypothecaire lening. De hypotheekgever krijgt middels hypotheekrecht het recht om het registergoed te verkopen en met de opbrengst met voorrang op andere schuldeisers de hypothecaire lening te voldoen wanneer de situatie zich voordoet dat de hypotheeknemer niet meer aan de verplichtingen voldoet.

Hypotheekrecht (3:227 BW)

Het hypotheekrecht wordt als volgt gedefinieerd:

  1. Het recht van pand en het recht van hypotheek zijn beperkte rechten, strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand.
  2. Een recht van pand of hypotheek op een zaak strekt zich uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat.

Vestigen van hypotheek (3:260 BW)

Hypotheek wordt gevestigd door een tussen partijen opgemaakte notariële akte waarbij de hypotheekgever aan de hypotheekhouder hypotheek op een registergoed verleent, gevolgd door haar inschrijving in de daartoe bestemde openbare registers. 

Verhaalsrecht

Hypotheekrecht is een beperkt zekerheidsrecht. Dit betekent dat de hypotheekgever niet het genot of het gebruik van het registergoed verkrijgt, maar een verhaalsrecht wanneer de hypotheeknemer in verzuim is. 

Verhaal door de hypotheekgever (3:268 BW)

  1. Indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt, is de hypotheekhouder bevoegd het verbonden goed in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te doen verkopen.
  2. Op verzoek van de hypotheekhouder de hypotheekgever of degene die executoriaal beslag heeft gelegd kan de voorzieningenrechter van de rechtbank bepalen dat de verkoop ondershands zal geschieden bij een overeenkomst die hem bij het verzoek ter goedkeuring wordt voorgelegd. Indien door de hypotheekgever of door een hypotheekhouder, beslaglegger of beperkt gerechtigde, die bij een hogere opbrengst van het goed belang heeft, voor de afloop van de behandeling van het verzoek aan de voorzieningenrechter een gunstiger aanbod wordt voorgelegd, kan deze bepalen dat de verkoop overeenkomstig dit aanbod zal geschieden. Desverzocht veroordeelt de voorzieningenrechter bij de goedkeuring van een verzoek tot onderhandse verkoop tevens de hypotheekgever en de zijnen tot ontruiming van het verhypothekeerde goed tegen een bepaald tijdstip. De ontruiming vindt niet plaats voor het moment van inschrijving, bedoeld in artikel 89 van Boek 3.
  3. Het in lid 2 bedoelde verzoek wordt ingediend door een advocaat of een notaris binnen de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering daarvoor bepaalde termijn. Tegen een beschikking krachtens lid 2 is geen hogere voorziening toegelaten.
  4. Een executie als in de vorige leden bedoeld geschiedt met inachtneming van de daarvoor in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorgeschreven formaliteiten.
  5. De hypotheekhouder kan niet op andere wijze zijn verhaal op het verbonden goed uitoefenen. Een daartoe strekkend beding is nietig.

Het verhaalsrecht is tweeledig; enerzijds geeft het de hypotheekgever de mogelijkheid wanneer de hypotheeknemer in verzuim is het registergoed zonder tussenkomst van een rechter te verkopen ter voldoening van de hypothecaire lening en anderzijds krijgt de hypotheekgever hierbij voorrang op andere schuldeisers.