Financieren, ontwikkelen, exploiteren en verduurzamen van vastgoed

Vastgoed in de jaarrekening

In dit artikel worden de volgende verwerkingen van vastgoed in de jaarrekening behandeld:

 

Vastgoed in de jaarrekening – vastgoed in eigen gebruik

Vastgoed in eigen gebruik wordt in de jaarrekening onder de Materiële vaste activa verwerkt, gepresenteerd en toegelicht. Richtlijn 212 van de Raad voor de Jaarverslaggeving is van toepassing.

Vastgoed in eigen gebruik wordt binnen de categorie Materiële vaste activa onder de Bedrijfsgebouwen en terreinen opgenomen.

Waardering bij eerste verwerking

De waardering bij eerste verwerking (opname in de financiële administratie) van vastgoed in eigen gebruik geschiedt tegen de kostprijs. De kostprijs bestaat uit de som van de verkrijgings- of de vervaardigingsprijs en de bijbehorende  kosten om het vastgoed op zijn plaats en in de staat te krijgen voor het beoogde gebruik.

De grond waarop het vastgoed staat en het vastgoed zelf worden afzonderlijk verwerkt.

Waardering na eerste verwerking

De waardering na de eerste verwerking geschiedt tegen het kostprijsmodel of het actuele waarde-model.

Kostprijsmodel

Het kostprijsmodel houdt in dat het vastgoed wordt gewaardeerd tegen de kostprijs, verminderd met de jaarlijkse afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen.

De jaarlijkse afschrijvingen reflecteren de verwachte toekomstige gebruiksduur van het vastgoed en houden rekening met een eventuele restwaarde. De formule luidt: (kostprijs-restwaarde)/gebruikersduur.

Op grond wordt in principe niet afgeschreven.

Bijzondere waardeverminderingen zijn van toepassing wanneer de boekwaarde hoger is dan de realiseerbare waarde (hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde).

Actuele waarde-model

Het actuele waarde-model houdt in dat het vastgoed wordt gewaardeerd tegen de actuele waarde. De actuele waarde is de vervangingswaarde of de bedrijfswaarde (indien deze lager is dan de vervangingswaarde) of de opbrengstwaarde indien er besloten is het vastgoed te verkopen.

De actuele waarde dient regelmatig vastgesteld te worden, om een verschil tussen boekwaarde en actuele waarde per balansdatum te voorkomen.

Vastgoed in de jaarrekening – vastgoed in voorraad

Vastgoed dat in het kader van de normale bedrijfsvoering voor verkoop aangehouden wordt, wordt in de jaarrekening geclassificeerd onder de voorraden.  Richtlijn 220 van de Raad voor de Jaarverslaggeving is van toepassing.

De reële waarde dient regelmatig vastgesteld te worden (bijvoorbeeld middels een onafhankelijke vastgoedtaxatie) om een verschil tussen boekwaarde en reële waarde per balansdatum te voorkomen.

Vastgoedbeleggingen worden in één van de volgende twee categorieën opgenomen in de jaarrekening:

  1. Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar – Vastgoedbeleggingen in exploitatie
  2. Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar – Vastgoedbeleggingen in ontwikkeling (bestemd voor eigen exploitatie) 

Een vastgoedbelegging wordt niet gebruikt in de uitoefening van de eigen ondernemingsactiviteiten en wordt aangehouden om huuropbrengsten en/of waardestijgingen te realiseren. Hiermee onderscheiden vastgoedbeleggingen zich van vastgoed dat in eigen beheer wordt gehouden.

Waardering bij eerste verwerking

De waardering bij eerste verwerking (opname in de financiële administratie) van vastgoedbeleggingen geschiedt tegen de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs bestaat uit de som van de verkrijgingsprijs en de bijbehorende met de koop samenhangende kosten als makelaarscourtages, taxatiekosten en transactiekosten.

Waardering na eerste verwerking

De waardering na de eerste verwerking geschiedt tegen de reële waarde. De reële waarde betreft de prijs die per balansdatum redelijkerwijs op de markt verkregen kan worden.

De reële waarde dient regelmatig vastgesteld te worden (bijvoorbeeld middels een onafhankelijke vastgoedtaxatie) om een verschil tussen boekwaarde en reële waarde per balansdatum te voorkomen.

Vastgoed in voorraad wordt in één van de volgende twee categorieën opgenomen in de jaarrekening:

  1. Voorraad – Vastgoed bestemd voor de verkoop
  2. Voorraad – Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 

Waardering

De waardering van vastgoed dat als voorraad gehouden wordt, geschiedt tegen de kostprijs of de lagere opbrengstwaarde of de actuele waarde.

Kostprijs of de lagere opbrengstwaarde

De kostprijs bestaat uit de som van de verkrijgings- of de vervaardigingsprijs en de bijbehorende  kosten om het vastgoed op zijn plaats en in de staat te krijgen. Wanneer de opbrengstwaarde per balansdatum lager is dan de kostprijs, dient gewaardeerd te worden tegen de opbrengstwaarde.

Actuele waarde

De actuele waarde is veelal de vervangingswaarde. De laatst betaalde inkoopprijs geldt als leidraad voor de actuele waarde van de vastgoedvoorraad.

Vastgoed in de jaarrekening – vastgoedbeleggingen

Vastgoedbeleggingen worden in de jaarrekening onder de Materiële vaste activa verwerkt, gepresenteerd en toegelicht. Richtlijn 213 van de Raad voor de Jaarverslaggeving is van toepassing.

Vastgoedbeleggingen worden in één van de volgende twee categorieën opgenomen in de jaarrekening:

  1. Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar – Vastgoedbeleggingen in exploitatie
  2. Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar – Vastgoedbeleggingen in ontwikkeling (bestemd voor eigen exploitatie) 

Een vastgoedbelegging wordt niet gebruikt in de uitoefening van de eigen ondernemingsactiviteiten en wordt aangehouden om huuropbrengsten en/of waardestijgingen te realiseren. Hiermee onderscheiden vastgoedbeleggingen zich van vastgoed dat in eigen beheer wordt gehouden.

Waardering bij eerste verwerking

De waardering bij eerste verwerking (opname in de financiële administratie) van vastgoedbeleggingen geschiedt tegen de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs bestaat uit de som van de verkrijgingsprijs en de bijbehorende met de koop samenhangende kosten als makelaarscourtages, taxatiekosten en transactiekosten.

Waardering na eerste verwerking

De waardering na de eerste verwerking geschiedt tegen de reële waarde. De reële waarde betreft de prijs die per balansdatum redelijkerwijs op de markt verkregen kan worden.

De reële waarde dient regelmatig vastgesteld te worden (bijvoorbeeld middels een onafhankelijke vastgoedtaxatie) om een verschil tussen boekwaarde en reële waarde per balansdatum te voorkomen.