Financieren, ontwikkelen, exploiteren en verduurzamen van vastgoed

Wat is het verschil tussen netto- en brutovloeroppervlakte?

Bij verkoop en verhuur van onroerend goed worden de kengetallen netto- en brutovloeroppervlakte gebruikt. Van klanten krijgen wij regelmatig vragen over de definities van deze begrippen. Om deze reden behandelt dit artikel de begrippen netto- en brutovloeroppervlakte.

Nettovloeroppervlakte

Nettovloeroppervlakte (of NVO) is de oppervlakte die daadwerkelijk gebruikt kan gaan worden. Het is de bruikbare vloeroppervlakte gemeten op vloerniveau tussen de bouwmuren. De niet-bruikbare delen van de vloeroppervlakte worden niet meegerekend.  Zie het vervolg van dit artikel voor enkele voorbeelden.

Brutovloeroppervlakte

Brutovloeroppervlakte (of BVO) is de optelsom van de oppervlakte van alle binnenruimten. Niet alle binnenruimten zijn te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de oppervlakte van een trapgat van meer dan 4 vierkante meter. Het brutovloeroppervlakte bestaat uit de oppervlakte van zowel de bruikbare als de niet-bruikbare vloeroppervlakte

Voorbeelden van niet-bruikbare vloeroppervlakten

Voorbeelden van niet-bruikbare vloeroppervlakten (die wel tot het brutovloeroppervlakte maar niet tot het nettovloeroppervlakte behoren) zijn:

  • Een vrijstaande leidingsschacht of leidingskolom met een grondoppervlakte van >0,5 vierkante meter;
  • Liftschachten, schalmgaten of trapgaten met een oppervlakte >4 vierkante meter;
  • Alle oppervlakten met een hoogte van <1,5 meter.