Financieren, ontwikkelen, exploiteren en verduurzamen van vastgoed

Woonhuissubsidie

De fiscale aftrek voor particuliere eigenaren van rijksmonumenten komt te vervallen. Uitgevoerde onderhoudskosten 2018 komen in 2019 voor het laatst in aanmerking voor de fiscale aftrek.

De woonhuissubsidie vervangt de fiscale aftrek voor particuliere eigenaren van rijksmonumenten.

Naast de woonhuissubsidie zijn er ook nieuw mogelijkheden voor laagrentend financieren van restauratie en onderhoud geïntroduceerd.

Aanvraag woonhuissubsidie

Particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie die zijn ingeschreven in het rijksmonumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kunnen voor instandhoudingskosten gemaakt in 2019 in de periode van 1 maart tot en met 30 april 2020 aanspraak maken op de subsidie middels een subsidieaanvraag bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Binnen 13 weken na de aanvraagperiode volgt antwoord of de aanvraag gehonoreerd wordt en voor welk bedrag. De toetsing van de subsidiabele instandhoudingskosten volgt na de subsidieaanvraag.

Subsidiabele instandhoudingskosten

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen, voor zover dat is bepaald in deze bijlage, met dien verstande dat:

  1. kosten uitsluitend subsidiabel zijn voor zover de werkzaamheden:

strekken tot instandhouding van het rijksmonument en zijn monumentale waarden;

sober en doelmatig zijn;

technisch noodzakelijk zijn; en

zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies;

  1. kosten voor werkzaamheden gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade subsidiabel zijn;
  2. kosten voor werkzaamheden gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen subsidiabel zijn;
  3. kosten voor werkzaamheden gericht op reconstructie niet subsidiabel zijn, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn;
  4. kosten voor werkzaamheden die voortvloeien uit veranderd gebruik, alsmede kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering of verfraaiing niet subsidiabel zijn; en
  5. kosten voor werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel zijn.

 

Subsidiepercentage voor Subsidiabele instandhoudingskosten

Voor subsidiabele onderhoudskosten die gemaakt zijn in 2019 en 2020 bedraagt het subsidiepercentage 38%. Vanaf een subsidieaanvraag van 70.000 euro geldt de verplichting een inspectierapport van maximaal vier jaar oud te overleggen.

Vaststellen subsidie

Zoals gebruikelijk bij subsidies gebeurt het vaststellen pas na afloop van de werkzaamheden met de eindverantwoording. Het Nationaal Restauratiefonds zorgt voor de uitbetaling van de voorschotten die volgen uit de toegewezen subsidie en de verrekening na vaststelling van de subsidie.

Omvang subsidie

Er is voor de periode 2020-2023 in totaal 200 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de woonhuissubsidie.

Woonhuissubsidie of financiering

Indien een eigenaar een subsidieaanvraag toegewezen krijgt, kan de eigenaar voor dezelfde werkzaamheden geen laagrentende lening meer krijgen bij het Nationaal restauratiefonds. De keuze bestaat dus uit vooraf laagrentend lenen of achteraf een subsidieaanvraag indienen.

Wel bestaat de mogelijkheid om bijvoorbeeld voor restauratiekosten een laagrentende lening (van 100% van de restauratiekosten) en voor normaal onderhoud een subsidie (van 38% van de normale onderhoudskosten) aan te vragen.

Subsidiecombinaties als de Woonhuissubsidie en de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) zijn wel mogelijk.

Financieringsmogelijkheden

Instandhoudingskosten kunnen vanaf 1 januari 2019 voor 100% laagrentend gefinancierd worden. Laagrentend betekent momenteel 1% voor 10 jaar vast. Aanvraag en vaststelling geschiedt bij het Restauratiefonds.